IBM

Het Amerikaanse hoofdkantoor van IBM besloot in 1956 in Nederland een ontwikkelingslaboratorium te vestigen. In het ontwerp van de vestiging vormen tuinaanleg, exterieur, interieur en detaillering één onlosmakelijk geheel. De grootschalige, integrale aanpak van vormgeving en technologie betekende in die tijd een doorbraak voor architecten van Mourik. Het complex bestaat uit een losse compositie van lage hallen waar een kantoorvolume bovenuit torent. De hallen liggen iets verhoogd en zijn onderling verbonden door transparante verbindingsgangen. Samen met het tuinontwerp van Mien Ruys versterken de aaneengeschakelde lage hallen de kwaliteit van het weidse landschap rond Uithoorn (dichtbij Schiphol). Met het oog op een optimale flexibiliteit in gebruik zijn in de hallen verplaatsbare wanden, een dubbele vloerconstructie (subfloor) en hoge ruimte boven de plafonds tussen met spanten (t.b.v. de luchtbehandelingkanalen) toegepast. De door architecten van Mourik ontwikkelde flexibele wandsystemen waren destijds een unicum. Innovatieve elementen in de latere uitbreidingen zijn de ramen met afgezogen derde ruit en de integratie van kabels en leidingen in constructie en inbouwpakket.

Nominatie Bronzen Bever 1989 



locatie
Watsonweg, Uithoorn

opdrachtgever
IBM Nederland

doorlooptijd
ontwikkelingslaboratorium 1956 - 1959
testlaboratorium 1961-1963
uitbreiding ontwikkelingslaboratorium 1968-1970
bedrijfsrestaurant 1969-1972
programmeurskantoor 1984-1986

omvang opdracht
volledige ontwerpopdracht, incl. directievoering

team
Peter Vermeulen, Dick van Mourik, Ger van Leeuwen, Sjoerd Dantuma, Peter Carstens, Joop van Blijswijk, Jack Minnema



aanmelden