Het Amerikaanse hoofdkantoor van IBM besloot in 1956 ook in Nederland een laboratorium te vestigen. De grootschalige, integrale aanpak van vormgeving en technologie betekende een doorbraak binnen architecten van Mourik.
architectuur als intermediair
Het ontwerpen aan deze opgave speelde zich niet alleen binnen een technische innovatieve, maar ook internationale context af. Een losse compositie van platte hallen en het tuinontwerp van Mien Ruys versterkt de aanwezige kwaliteit van het weidse landschap rond Uithoorn (dichtbij Schiphol). De hallen liggen iets verhoogd en zijn onderling verbonden door transparante verbindingsgangen. Hierboven torent een kantoorvolume uit. In het ontwerp vormen tuinaanleg, exterieur, interieur en detaillering één onlosmakelijk geheel. De architectuur is een intermediair tussen technische mogelijkheden, werkomstandigheden, omgeving en identiteit.
innovatief en flexibel
Vanwege de vrije indeelbaarheid zijn in de hallen verplaatsbare wanden, een dubbele vloerconstructie (subfloor) en een hoge hoed met spanten toegepast. Beide vloeren zijn gevuld met installaties. De door het architectenbureau voor IBM ontwikkelde flexibele wandsystemen waren destijds een unicum. Innovatieve elementen in de latere uitbreidingen zijn de ramen met afgezogen derde ruit en de integratie van kabels en leidingen in de constructie en het inbouwpakket.