Na de dood van de Poolse conceptueel kunstenaar Edward Krasinski heeft zijn vrouw in samenwerking met FGF (Foksal Gallery Foundation) besloten zijn woonhuis/atelier als museum te behouden en uit te breiden met een expositieruimte. Het Krasinski Paviljoen is een toevallige assemblage van twee archetypen, de National Galerie (Mies van der Rohe) en Villa Savoie (Le Corbusier).
podium voor zomeractiviteiten
Het paviljoen bevindt zich op de 13e verdieping van een woontoren, aan de rand van het oude stadscentrum van Warschau. De ‘open’ tentoonstellingsruimte op het voormalige dakterras bestaat uit glazen wanden met een overstekend dak. Het panoramadak wordt het podium voor de zomeractiviteiten. De straatlantaren, het wind- annex projectiescherm, de sofa en de trap met het hekwerk vormen het meubilair die de zomeractiviteiten faciliteren. De oude entree, keuken en douche ruimten worden samengevoegd tot één ruimte. Deze ruimte wordt de entree tot zowel het Krasinski museum als de nieuwe expositieruimte. De pantry, het archief en de werkruimte worden in één meubel opgelost.
verwijzingen naar stadsbeeld Van der Rohe en Le Corbusier
Het overstek van het nieuwe dak van het Krasinski paviljoen en gordijnen zorgen voor de nodige zonwering en verduistering in de nieuwe expositieruimte. De RVS dakrand maakt de verwijzing naar Mies van der Rohe manifest. De gegalvaniseerde plafondafwerking werkt als reflector voor de verlichting. Ronde steigerbuizen aan het plafond vormen het tentoonstellingssysteem. De binnentrap leidt naar het panoramadek, het dak is hiervoor letterlijk opgetild. De zwarte rubberen dakbekleding maakt het dek tot één grote sofa en er is een rubberen interpretatie van de sofa van Mies van der Rohe. Het grote scherm verwijst zowel naar de opvallend in het straatbeeld van Warschau aanwezige reclameborden en naar het windscherm van Le Corbusier’s Villa Savoie. De straatlantaarn en het gaashek zijn standaardproducten uit een catalogus.